De gouden helm uit de Peel

De Romeinse helm die op 17 juni 1910 door turfsteker Gebbel Smolenaars in de Peel bij Helenaveen is gevonden, spreekt bijna een eeuw later nog steeds tot de verbeelding. Leo Kluijtmans, de ‘ziener van de Peel’, is zijn leven lang met de Romein en zijn helm bezig geweest. Wetenschappers hebben zich de voorbije 15 jaar vanuit diverse oogpunten verdiept in het vondstmateriaal. De vergulde helm duikt in allerlei namen in Deurne op en Helenaveen kent zelfs een tinnen miniatuurhelm als souvenir voor toeristen die steeds meer in de Peel neerstrijken. Tingieter Jos Crommentuijn giet in zijn ‘Atelier Peelwerk’ nu de Peelschat in zuiver tin naar een ontwerp van Helenaveenkenner André Vervuurt.

In 1984 brachten medewerkers van de gemeente Deurne en het toenmalige Streekarchivariaat Peelland het tientallen meters grote archief van de Maatschappij Helenaveen over van het voormalige kantoor van de Maatschappij naar het Streekarchivariaat. Dit bedrijfsarchief is een rijke bron voor de geschiedenis van de Peel. Vanwege de totaalinvloed van de Maatschappij op alles en iedereen in Helenaveen herbergt het de hele geschiedenis van het in 1853 ontstane Peeldorp.
Nu is het archief voor eenieder beschikbaar bij het Regionaal Historisch Centrum in Eindhoven. Naast archiefstukken bevat het foto’s (vanaf 1870), prachtige kaarten en boeken. Omdat niemand van de Maatschappij Helenaveen wist wat er precies in hun archief zat, is na de overbrenging in 1984 meteen begonnen met het beschrijven van alles wat er in zat. Niet alleen voor de Maatschappij zelf, maar ook voor in de Peel geïnteresseerden is het belangrijk om te weten wat het archief bevat.

Tot zijn grote verbazing kwam de inventarisator een kleurentekening tegen van de vondsten van Gebbel Smolenaars op 17 juni 1910. Naast de allereerst gevonden delen van de helm zijn een munt, het spoor en een mantelspeld getekend. De tekening is gemaakt door A.F. van Beurden (1857-1934) uit Roermond. Van Beurden was landmeter bij het kadaster en een verdienstelijk amateur-historicus. Hij heeft gepubliceerd over de Peel en was mede-initiatiefnemer bij de oprichting in 1918 van de ‘Vereniging Peelbelang’. Van Beurden trad toe tot het eerste bestuur van deze vereniging gericht op Peelsstreekverbetering.
Drie dagen na Gebbels vondst bezocht Van Beurden samen met de Meijelse burgemeester Truijen de vinder om de vondst te bekijken. Het zal op die 20ste juni 1910 geweest zijn, dat hij de kleurentekening gemaakt heeft. Later zijn er op de bewuste plek in het Zinkske nog meer vondsten uit het veen tevoorschijn gekomen, die Van Beurden op de dag van zijn bezoek aan Smolenaars vanzelfsprekend niet in zijn tekening kon opnemen. Hij heeft in zijn tekening ook geprobeerd het opschrift op de helmplaat te ontcijferen.

Van Beurden besefte dat Meijelnaar Gebbel Smolenaars iets belangwekkends uit de turf had bovengehaald en dezelfde dag nog stuurde hij de tekening vergezeld van een verslag naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het museum zou al snel eigenaar worden van de helm en de bijvondsten. Wat meldde Van Beurden in zijn verslag aan het RMO? Veenarbeider Smolenaars “had op het werk in het veen + 1 m 75 cm onder de begane oppervlakte, dus ongeveer op scheiding grauw of bovenveen en zwartveen of onderveen gevonden: nevensgaande voorwerpen [zie tekening], beter door de teekeningen, dan door beschrijving te omschrijven. De helm en de platen zaten op leder, dat thans bij den directeur van de Maatschappij Helenaveen (Bos te Helenaveen) is en doordat de vinder en anderen dit er af trokken heeft de helm geleden en ligt hij in de stukken waaruit hij oorspronkelijk schijnt ineen gezet te zijn. De platen zijn dun b.v. ¾ millimeter. De kam is dikker, aan de randen zijn ze om het leder heen gebogen geweest. De spoor zat nog aan een soort zware schoen, die nog bij het lederwerk is. Bij dat lederwerk is nog doek van een sluier.”
Aan het slot van zijn verslag vraagt Van Beurden het RMO om de unieke tekening aan hem terug te sturen “daar ik geen heb”. Het museum moest er maar een kopie van maken. Dat kopiëren zal niet nodig gevonden zijn, omdat het museum de helm al snel in bezit kreeg. Gebbel verkocht op 31 augustus 1910 op het station van Deurne de Romeinse Peelschat voor 1200 gulden aan Holwerda, de onder-directeur van het Leidse museum. Archeologe Carol van Driel-Murray, die in het laatste decennium van de 20ste eeuw de leervondsten uit 1910 pas goed onderzocht heeft, kende wel het verslag van Van Beurden uit het archief van het RMO, maar niet de tekening. Toen haar in 1998 een scan werd opgestuurd was de informatie van Van Beurden weer compleet.

Van Beurden heeft zijn tekening dus teruggekregen van het museum, maar zal hem snel weer zijn kwijtgeraakt aan Bos, de directeur van de Maatschappij Helenaveen. Uit het verslag van Van Beurden blijkt al enige bemoeienis van Bos met de vondst van Gebbel. De schat was namelijk bij ‘zijn’ Helenaveen gevonden, alhoewel niet op de veenderij van zijn Maatschappij, maar op die van de firma Steeg & Esser. Het archief van de Maatschappij Helenaveen bevat informatie, dat Bos al op de dag van de vondst op de eeuwenlange rustplaats van de helm aanwezig is geweest. Het contact tussen Van Beurden en Bos en de interesse van die laatste in de Peelhelm verklaart de aanwezigheid van de eerste tekening van Gebbels vondsten in het archief van de Maatschappij Helenaveen.
Tijdens de start van “Het verleden van Nederland” in 2008 heeft de Bibliotheek Deurne in samenwerking met het RHC Eindhoven en heemkundekring H.N. Ouwerling een tentoonstelling en een lezing gepresenteerd over de verguld zilveren Peelhelm. De lezing werd verzorgd door Jos Pouls, die samen met Herman Crompvoets de redactie voerde over het boek “De Gouden Helm uit de Peel. Feiten en visies”, dat in 2006 verscheen over ‘de vondst van Deurne’.

Bron: archieven en verzamelingen bij het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven.

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Reacties worden geladen...
Ontdekken
Wapen Waalre
"Gemobiliseerde dames"
Someren 1832
De gebroeders Spoorenberg
images/hourglass.png

ZOEKEN...