Huis Ter Hurkens

In de vroege morgen van 12 december 1966 kwam bij de brandweer van Aarle-Rixtel een melding binnen dat het huis “Ter Hurkens”, ook wel genaamd “De Witte Poort” in brand stond.

Zeventien minuten later waren 15 brandweerlieden aanwezig die de brand met 6 stralen te lijf gingen. Gelukkig had de hond van het gezin van Griensven-de Jong die het huis bewoonden op tijd alarm geslagen zodat zij nog net op tijd aan de vlammen konden ontsnappen. Het verslag in de Helmondse Courant spreekt over Ter Hurkens als een van de prachtigste oude gebouwen van Zuidoost Brabant.

Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de geschiedenis van huizen die op de kadastrale kaart van Aarle-Rixtel van 1832 voorkomen. Dat onderzoek van Theo Meulendijks en Jan de Reijdt kan bekeken worden op de website van de Stichting Archeologisch Samenwerkingsverband Peelland. Zie: www.saspeelland.nl/theomeulendijks De vroegste vermelding van dit huis of haar voorganger is van 19 oktober 1444. Dan delen de kinderen van Aert van Ieckendonck de goederen die hun zijn aangekomen van hun ouders. Goesswijn en Henric krijgen ieder de helft van het huis. Als in 1628 meester Jacob Michielss, de man van Meghelt Peters van Duijnhoven, het huis verkoopt aan secretaris Henrick Verbeeck, wordt het omschreven als “een hoogh steenen huijs, schuere, koestalle, backhuijs, hoff, boomgart, houtwassche met eenen camp lants, gelegen ontrent den Opstall”.

In Peelland bestond een erfsecretarie, dat was het recht om de secretariaten in Peelland te bedienen of secretarissen aan te stellen. Dat erfelijk recht was sinds 1519 in bezit van de familie van Heessel. Door delingen kwamen de erfsecretarieën in verschillende families terecht. In 1651 kwam de erfsecretarie van Aarle-Beek, Rixtel, Lieshout en Stiphout in handen van Barthold van Heessel. Door zijn huwelijk met Jenneke Verbeeck, de dochter van de vorige secretaris was hij in het bezit gekomen van het huis aan de Opstal. Op 19 augustus 1675 maakte hij er zijn testament waarin hij zijn drie kinderen met de datum van overlijden vermeldt. Hij had ze allemaal overleefd. De erfsecretarie en het huis vermaakt hij aan de vijf kinderen van zijn dochter Maria van Heessel en Rochus Loovens die in het Belgische Scherpenheuvel wonen. Een van die kinderen, Johanna Margaretha Loovens, getrouwd met de Eindhovense advocaat Theodorus Franciscus Schenaerts, ging weer in Aarle-Rixtel wonen. Hun zoon Rochus Franciscus volgde hen op als erfsecretaris en als eigenaar van het huis. Na zijn dood in 1766 wordt het huis verhuurd. In 1771 zien we als huurder van het huis Elardus Alberus Rovers, procureur te Helmond en secretaris van Beek en Donk en Lieshout. Het boerderijgedeelte wordt verhuurd aan Francis van Duijnhoven. Door het huwelijk van Maria Theresia Beatrix Schenaerts met Johan Jacob Ribbius komt het huis in bezit van de Lieshoutse familie Ribbius.

Op 3 maart 1853 verkoopt Rochus Theodorus Ribbius aan de meestbiedende “een heerenhuis en buitenverblijf genaamd het huis Ter Hurkens”. Het huis was omgracht en er was sprake van een “plaisiertuin”. Voor 10.280 gulden wordt Gerardus Josephus Coovels, rentenier te Helmond, de nieuwe eigenaar. In het familiearchief Coovels vinden we enkele vermeldingen betreffende Ter Hurkens. Na het vertrek van huurster, de weduwe Janssen, had het huis van Pinksteren 1854 tot Pinksteren 1855 leeggestaan. Er kwam een nieuwe planken vloer in de grote achterkamer, een nieuw plafond in de keuken en het huis werd opnieuw geschilderd. Er werd ook een nieuwe poort gehangen langs de straat. Of het huis toen pas wit is geschilderd is niet te achterhalen. De witgeschilderde stenen inrijpoort aan de straat zal het huis haar naam “De Witte poort” hebben gegeven.

Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven.

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Reacties worden geladen...
Ontdekken
Kent het Peelveen nog meer Romeinse schatten?
Lodewijk Napoleon bezoekt kasteel Croy
De brandtoren van Deurne.
Zwemles in het Ingenieur Ottenbad.
images/hourglass.png

ZOEKEN...