Daer die cluse op plach te staen

Voormalig jachthuis "De Kluis"

Een sfeervol winters plaatje is dat van de Kluis. Dit huis stond in de Warande. Sinds het gebouw werd afgebroken voor de bouw van een restaurant en de naam veranderde in “de Hoefslag”, zullen steeds minder Helmonders bij het woord kluis aan dit gebied denken. De weg die van de Aarle-Rixtelseweg de Warande ingaat mag dan wel “de Kluis” heten, de Kluisstraat is toch meer bekend. Niet alleen omdat deze in het centrum ligt, maar ook omdat daar meer huizen aan staan.

Het voorkomen van twee straten met het woord kluis in de naam, geeft aan dat er in de buurt van beide straten een kluis heeft gestaan. Grotere bekendheid geniet ongetwijfeld de Achelse Kluis, nu een Cisterciënzerabdij op de grens van Nederland en België tussen Valkenswaard en Achel. De geschiedenis begint hier echter met een gemeenschap van kluizenaars. Een kluizenaar of heremiet is eigenlijk een monnik die, liefst ver buiten de bewoonde wereld, in afzondering leeft en zijn dagen doorbrengt in gebed en versterving. Het woord verwijst dan ook naar "eenzaam, onbewoond, verlaten". Bekende kluizen zijn die van Valkenburg die tot 1930 door een of meer kluizenaars werd bewoond, en de Sint Janskluis in Geleen die tot 1912 werd bewoond. Voor een bewoonde kluis moeten we tegenwoordig merkwaardig genoeg niet in het katholieke zuiden zijn, maar in het Groningse Wafhuizen, waar in de voormalige parochiekerk sinds 2001 een kluis is gevestigd.
De eerste vermelding van een kluis aan de oostzijde van de stad, daar waar nu de Kluisstraat loopt, dateert van 1717. Adriaen en Anna Maria van Boxtel staan het gebruik van “het huijsken genaamd de Cluijse, gelegen buiten de Meijse Poort” toe aan heer Petrus Jansen en Willem Lamberts van der Benden. Het huis lag achter de bebouwing van de huidige Molenstraat en Zuid-Koninginnewal. De Meijse poort of Ameidepoort was de stadspoort die stond op de plaats waar de Molenstraat de Koninginnewal kruist en overgaat in de Ameidestraat. Van der Benden mag in het huis wonen tot zijn dood, daarna komt het aan pastoor Petrus Janssen of aan de roomse pastoors die zijn opvolgers zullen zijn. De pastoors van Helmond waren vanaf 1687 religieuzen uit de Abdij van Postel. Petrus Jansen, afkomstig van Lommel, werd in 1711 pastoor. Hij overleed op 22 januari 1722 en werd in Postel begraven. In tussentijd zat hij van 1706 tot 1710  gevangen in ’s-Hertogenbosch. Dit allemaal als gevolg van de bekering van de protestante Sophia Alberts tot katholiek. Als het huis in 1825 wordt verkocht aan Cornelis Sanders is het eigendom van de erfgenamen van Cornelis van der Velden, pastoor van Aalst, die geboren was in Helmond. Het huis wordt dan omschreven als gelegen “agter de Ameide” waarmee de stadsgracht is bedoeld die tot 1902 lag op de plaats van de Koninginnewallen. Bij raadsbesluit van 5 mei 1905 werd de naam Kluisstraat vastgesteld. De plaats waar eens de kluis stond bevond zich aan de rechterzijde van die straat op de hoek met Laan Vredelust. Nu is dat de hoek van de Kluisstraat met het Zuidende.

De vermelding van een andere kluis vinden we in een akte van 10 juni 1420 waarin een beemd wordt genoemd die is gelegen “after den ouden peric daer die cluse op plach te staen”. Dit wil zeggen dat de kluis er toen al niet meer stond. Met “den Peric” of Park wordt de Warande bedoeld. Pas in 1691 vinden weer een aantekening over de kluis in de Warande als op 5 september de heer van Helmond aan Joost Willem toestemming geeft om in het Park nabij de “Gistelsche Hoeve” een kluis te bouwen of een huis met een tuin. Daarvoor kreeg hij een hoeveelheid hout en materiaal ter beschikking op voorwaarde dat na de dood van de kluizenaar de kluis aan den Heer in eigendom zou terugkeren. Op 5 december 1702 gaf de heer van Helmond verlof aan Gerard van Outvoort uit Grave met Joost Willem te gaan samenwonen in een soort van communiteitleven. Van Outvoort was op dat moment gehuwd; zijn vrouw Anna Vergeest, had hem toestemming gegeven om zijn geweten te volgen voor zijn eigen heil. Tussen 1729 en 1741 werd de kluis bewoond door broeder Peter Blijlevens, die ook wel "Peter in de Cluijs" genoemd werd. Hij woonde er niet alleen, want er wordt een broeder Johannes vermeld in de jaren 1736 tot 1746. Jan de Keyser en Thomas Couwenberg woonden er van 1756 tot 1786. Broeder Thomas woonde er nog in 1791. Je zou verwachten dat zo’n kluis niet veel meer was dan een sober hutje, maar in 1780 wordt gezegd dat aan die kluis verbonden was "eenen schoonen plaisanten hoff in 't vierkant, wel beplant met goede fruytboomen, omringelt met een extra schoone hegge en rontom in sijne gragten vol water, over welken gragt ook staet een fraey en klugtig speelhuys met sijne commoditijten". Velen moesten het met minder doen.

Als in Brussel op 19 oktober 1781 het kasteel en de heerlijkheid van Helmond worden verkocht aan Carel Frederik Wesselman behoort daar ook “een huijsinge en hoff genaamt de Kluijs gelegen in het Park” bij. Bij de invoering van het kadaster in 1832 staan er op die plaats twee huizen waarvan er een in 1867 wordt afgebroken. Het ander komt later nog voor als buitenplaats en villa met aanleg tot vermaak. In 1929 werd de Warande met uitzondering van het grafeiland door de familie Wesselman van Helmond verkocht aan de gemeente Helmond. Bij deze verkoop behoorde ook het huis “De Kluis” dat toen verhuurd werd voor 425 gulden per jaar. Het huis wordt rond 1964 gesloopt.

Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Reacties worden geladen...
Ontdekken
Het personeel van de gloeilampenfabriek der firma Philips te Eindhoven.
De familie van den Boogaart
Tentoonstelling slagersvakvereniging St. Nicolaas
Deken Kaal zegent auto’s op het Catharinaplein, mei 1961. Fotograaf: F. van Mierlo, FotoVisie; Beeldcollectie RHCe.
images/hourglass.png

ZOEKEN...