Kermis in Helenaveen

Op 1 september 1895 startten de biologen Goethart en Vuijck ’s morgens om kwart over zes in Boxmeer hun voettocht door de Peel. Ze hadden het plan om die dag door de op hun kaart aangegeven plassen naar Helenaveen te lopen. De volgende dag was Weert het reisdoel en de laatste dag wilden ze de streek tussen Susteren en Roermond naar planten doorsnuffelen. De eerste wandeldag, zeg maar ploeterdag, hebben ze de voor hen nog onbekende Peel goed leren kennen; een hellekermis.

Qua planten, maar meer nog qua bijna onbegaanbaarheid. Bij het verlaten van de bewoonde wereld bedacht Vuijck al “een grooter woestenij als we nu zouden betreden, heb ik in ons land nog niet gezien”. Door het wegzakken in de zompige modder beleefden ze meerdere onaangename ogenblikken, waarop beelden van in een moeras verdrinkende mensen bovenkwamen. “Na een onafgebroken marsch van zeven uren, dwars door de meest onbegaanbare wegen, vonden we de eerste rust en wat nog aangenamer was, een verkwikkend potteke bier in het café De Nachtegaal” in Merselo. Na de verfrissing togen ze verder over Weverslo langs de plas naar Volen en van daaruit werd koers gezet naar Helenaveen. “Bij de laatste woning, die we passeerden overtuigden we ons van den juisten weg. We hadden nog slechts eenige schreden te gaan, dan zouden we de nieuwgebouwde kerk en de fabrieken van Helena-veen zien liggen en inderdaad bleek dit het geval te zijn. Helder glinsterde het nog niet met leien bedekte dak der kerk in het zonlicht. Als hooge bergen spiegelden zich de opgestapelde turven tegen de lucht af, want een ontzettende vlakte scheidde ons slechts van ons doel; een vlakte zoo ontzettend kaal, zoo troosteloos eentonig.”

Ook al konden ze Helenaveen zien, de tocht over die ontzettende vlakte zou nog uren kosten. Aan de spoorbaan bij de “halte” werd weer een potje bier gedronken. Daar horen ze dat het in Helenaveen kermis is. Onderweg naar hun beoogde logement van Van Oers komen ze diverse kermisvierders in “diverse stadiën van feestvreugde” tegen, die denken dat Goethart en Vuijck muzikanten zijn, op weg naar de kermis waar ze hun vrolijke klanken zullen laten klinken. In de schemering komen ze in Helenaveen aan. Boven de deur van een lokaliteit lezen ze de naam “den Oes”. Daar moesten ze zijn. Maar “den Oes” kwam toch echt niet over als een hotel. Het bleek pas verbouwd te zijn, zodat alles, van binnen en van buiten, ruwe stenen muren vertoonde. Het zag er zeer onooglijk uit. Voor het hotel stonden een paar koekkramen met een hoop volk. De gezelschapskamer was gevuld met “mannen, die er hun pijp rookten onder het genot van bier en luisterend naar iemand die op de viool speelde en nu en dan een ander accompagneeerde. De laatste was een hollandsche komiek, die berijmde liederen voordroeg, zeer ten genoegen van de luisterende mannen.” Onze wandelaars kenden die liedjes niet. Ze vonden ze ook niet zo netjes om in groter kring bekend te maken.

Van Oers werd na een tocht van veertien uur jammer genoeg voor de plantenploeteraars geen hotel. Vanwege de kermisdrukte konden ze er geen slaapplaats krijgen. Uiteindelijk was een kermisgast zo goed hen met zijn rijtuigje naar Meijel te brengen. Ook daar was het kermis, maar in “van Hassel’s hotel” vonden ze een prettig logies.

Met Helenaveen ontwikkelde zich in de voorbije eeuw ook de kermis. Zo konden de Helenaveners in 1950 genieten in de danstent van Bocken uit Helmond, in de luchtschommels en bij de schiettent. Voor de kinderen stonden er een draaimolen en een grabbelton. De inwendige mens kwam niets te kort met de vis- en zuurkraam van Vrijhof uit Veghel, de “patates-friteswagen” van J. Willems uit Deurne en de “suiker-tabakskraam”van de weduwe Manders, ook uit Deurne.

Weer een vijfenvijftig jaar later is het vertier met de autoscooter, de rups, de draaimolen, een fotoschietsalon, holly-cranes en andere spelattracties en natuurlijk smikkelen van suikerspin, popcorn, nougat en vis.

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Ik ga akkoord met het privacy beleid




Vergeet niet akkoord te gaan met het privacy beleid
Reacties worden geladen...
Ontdekken
Het gesloopte pand van kaarsenfabriek Van Borrenbergen in de Vondellaan, 1968. Foto: gemeente Eindhoven | Beeldcollectie RHCe.
Grote en gevaarlijke voorjaarsschoonmaak in het Eindhovensch Kanaal; zoeken naar explosieven, mei 1949. Fotograaf: Frans van Mierlo, Foto Visie.
De weinig gerieflijke arrestantencel in de voormalige kazerne.
images/hourglass.png

ZOEKEN...