Zoo is het hier voor niemand om vol te houden.

Anna van Eekeren.

Veel Helmonders zullen haar niet persoonlijk hebben gekend, hoewel ze toch alles te maken had met hun komst op deze wereld.

Vroedvrouw Anna van Eekeren hielp duizenden moeders bij de bevalling. Toen ze in 1960 met pensioen ging, kon ze zich er op beroemen van de toen levende Helmonders er een derde op de wereld te hebben gezet.

Anna Johanna van Eekeren begint als assistente van haar moeder Maria Catharina Goedhart, die vanaf 1902 de gemeentelijke vroedvrouw is. Na diens overlijden in 1920 wordt zij officieel benoemd tegen een jaarwedde van 400 gulden. Voor iedere bevalling in de armenpraktijk krijgt zij 5 gulden. Van de 756 verlossingen die in 1921 plaatsvinden, neemt zij er ongeveer 300 voor haar rekening. Dat is veel voor één vroedvrouw en daarom wordt er in 1924 een tweede benoemd. Het wordt Elisabeth Anna van Eekeren; omdat zij een zus is van Anna, verwacht men samenwerking waardoor concurrentie wordt uitgesloten. In 1926 krijgt zij eervol ontslag omdat ze gaat trouwen. Ook voor de vroedvrouw geldt dat zij bij huwelijk ontslag moet nemen als zij in overheidsdienst is.

In haar plaats wordt met ingang van 8 juni 1926 Maria Ida Velzeboer benoemd, van geboorte Amsterdamse. Dat gaat niet goed; in oktober heeft zij nog geen patiënt gezien. Alles gaat goed als de gezusters van Eekeren met tweeën de verloskundige praktijk uitoefenen. In 1924 verrichten de zussen 673 verlossingen. Velzeboer vraagt ontslag met ingang van 1 januari 1927 met als reden “totaal geen verdienste”. Ze dacht te kunnen rekenen op 40 à 50 gulden per week, maar ze kreeg niets. Zij schrijft in haar ontslagbrief: “dus heb ik in Helmond niets als schuld gekregen”.

In april 1925 wordt de Sevenumse Maria Elisabeth Antonia Peters aangesteld, maar ook zij wordt geconfronteerd met eenzelfde situatie. Na 5 maanden slechts zes bevallingen. In een brief aan de gemeente schrijft zij dat het werk haar onmogelijk wordt gemaakt “om de doodeenvoudige reden dat de bij mij besproken patiënten door mijn collega op alle mogelijke manieren onder mijn handen worden weggehaald”. Juffrouw van Eekeren zou proberen patiënten over te halen om door haar geholpen te worden. “U begrijpt dat dergelijke handelswijze voor mij zeer onaangenaam is. Op die manier is, indien hier niet kan worden ingegrepen, een bestaan voor een tweede vroedvrouw uitgesloten. Zoo is het hier voor niemand om vol te houden”.

Probeert Anna echt patiënten van haar collega af te troggelen en alle bevallingen zelf te doen, of is zij meer geliefd bij de Helmondse bevolking? Ze is wel geen Helmondse; geboren in Maasbommel is ze op negenjarige leeftijd met haar ouders naar Helmond gekomen. Velzeboer was een Hollandse en Peters een Limburgse. Volgens Ignace Bertens, een neef van Anna van Eekeren, in zijn boekje “Emmastraat 5” is Anna een sterke vrouw die gewend is de lakens uit te delen en geen tegenspraak duldt. Als juffrouw Anna verschijnt, verdwijnen de zorgen van de kraamvrouw, want de vroedvrouw heeft alles goed georganiseerd. De Gezondheidscommissie adviseert de gemeente om voor elk der vroedvrouwen een gedeelte van Helmond aan te wijzen. In 1927 wordt besloten de gemeente te splitsen in twee delen. De scheidslijn wordt de Zuid-Willemsvaart. Van Eekeren krijgt het oostelijk deel toegewezen, Peters krijgt het westelijk deel onder haar hoede. In 1930 blijkt die verdeling goed te werken en wordt deze toestand gehandhaafd. In 1934 wordt deze verdeling weer opgeheven tot ongenoegen van de in 1932 benoemde tweede vroedvrouw Henrica Witteveen. Die ziet ook dan weer het aantal patiënten teruglopen.

Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven.

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Reacties worden geladen...
Ontdekken
Molenstraat 162, een van de gesloopte panden.
Wapen Bladel
Floris Braat
Het liefdegesticht in de Hoofdstraat
images/hourglass.png

ZOEKEN...