De Archiefwet 1995 is een wet voor de informatievoorziening van de Nederlandse overheid. De belangrijkste bepaling van de wet is dat overheden hun informatie in goede, geordende en toegankelijke staat moeten brengen en bewaren. De informatie moet makkelijk te vinden en te raadplegen zijn. De wet geldt voor overheidsinformatie vanaf het moment dat die informatie wordt gemaakt; voor de e-mail die namens een organisatie is verzonden, maar bijvoorbeeld ook voor eeuwenoude stadsrechten die in een archiefbewaarplaats worden bewaard. Het betekent ook dat overheden moeten zorgen voor de vernietiging van informatie die daarvoor in aanmerking komt. De eerste versie van deze wet stamt uit 1918.

Ook particuliere archieven en collecties vallen onder de Archiefwet 1995 zodra deze zijn opgenomen in de archiefbewaarplaats. Hierdoor zijn de wetsartikelen over openbaarheid, raadpleging en uitlening van toepassing op alle archieven en collecties in een archiefbewaarplaats.

Het doel van de Archiefwet 1995 omvat meer dan een geordend archief. De borging van de bewaring van het cultuurhistorische karakter van archiefstukken is zeker zo belangrijk. Dit wordt benadrukt door de openbaarheid na overbrenging (behoudens enkele uitzonderingen), kosteloze raadpleegmogelijkheden en de mogelijkheid tot uitlening voor bijvoorbeeld tentoonstellingen. De Archiefwet 1995 schept daarmee voorwaarden voor de mogelijkheid de geschiedenis van het werkgebied te reconstrueren en te bestuderen aan de hand van materiaal dat is opgenomen in de archiefbewaarplaats, ongeacht herkomst en vorm.